NOTULEN VAN DE  GEMEENTERAAD

 

VERGADERING VAN 25 augustus 2022

 

Aanwezig:

Jordi Boulet, voorzitter

Werner Raskin, burgemeester

Bert Vertessen, Yves Croux, Johan Schoefs, Heidi Berx, schepenen

Alfons Capiot, Michel Vanroy, Carine Moors, Wim Hellinx, Wendy Bollen, Christiaan Hex, Mieke Claesen, Marc Bamps, Stanny Crommen, Eddy Vandecaetsbeek, Jasper Goffin, Ria Moesen, raadsleden

Geert Rouffa, algemeen directeur

 

Verontschuldigd:

 

Serge Voncken, Linda Verjans, Liesbeth Werelds, raadsleden

 

Vanaf punt 4 verlaat raadslid Michel Vanroy de zitting vanwege belangenconflict.

Vanaf punt 5 is raadslid Michel Vanroy aanwezig.

 

Overzicht punten

 

In openbare vergadering

01

Financiën (gemeente) - Belasting op de leegstand van woningen en gebouwen - Aanpassing besluit van 26 november 2020 - Goedkeuring

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op artikel 170 §4 van de Grondwet;

 

Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;

 

Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021:

- artikel 2.2, waarbij de gemeente wordt aangeduid als regisseur van het lokale woonbeleid;

- artikels 2.9 tot en met 2.14 betreffende de opmaak van een gemeentelijk leegstandsregister;

 

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 18 november 2018 betreffende het lokaal woonbeleid, dat gemeenten in een intergemeentelijk samenwerkingsverband oplegt om leegstaande gebouwen en woningen op te sporen, te registreren en aan te pakken;

 

Gelet op het besluit van de de gemeenteraad van 27 juni 2019 waarin deze besliste om samen met de gemeenten Riemst en Voeren deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid en om het projectvoorstel waarin de opmaak, opbouw, beheer en actualisatie van het leegstandsregister inbegrepen is door het 'IGSW Zuid-Oost Limburg' goed te keuren, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder;

 

Overwegende dat het wenselijk is dat het op het grondgebied van de gemeente Hoeselt beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook optimaal benut wordt;

 

Overwegende dat de langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente Hoeselt moet bestreden worden;

 

Overwegende dat de strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen onder meer een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting;

 

Overwegende dat de wijze van registratie en belasting die in dit reglement zijn opgenomen het best aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente;

 

Overwegende dat een aanpassing van dit leegstandsreglement op de leegstand van gebouwen en woningen zich opdringt, opdat er aangepaste vrijstellingen toegevoegd kunnen worden;

 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente Hoeselt;

 

Besluit,

 

Na beraadslaging en met unanimiteit;
 

Art. 1 - Begripsomschrijvingen.

 

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 en 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

In dit reglement wordt verstaan onder:

 

1.  Administratie:

de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.

De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband;

 

2.  Beroepsinstantie:

het college van burgemeester en schepenen;

 

3.  Beveiligde zending:

één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a. een aangetekend schrijven;

b. een afgifte tegen ontvangstbewijs;

 

4.  Gebouw:

elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

 

5.  Kamer:

een woning zoals vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 1.3, 25° (een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt);

 

6.  Woning:

een goed, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 1.3, 66° (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande);

 

7.  Leegstaand gebouw:

gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

 

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde omgevingsvergunning of melding in de zin van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2,2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping  van de overige gedeelten kan beschouwd worden als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten;

 

8.  Leegstaande woning:

woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie; een woning die geregistreerd staat als tweede verblijf - zoals gedefinieerd in het geldende gemeentelijk reglement betreffende de gemeentebelasting op tweede verblijven - wordt niet beschouwd als zijnde leegstaand;

 

9.  Leegstand bij nieuwbouw:

een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

 

10. Leegstandsregister:

het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in art 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

 

11. Opnamedatum:

de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen;

 

12. Verjaardag:

het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;

 

13. Zakelijk gerechtigde:

de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

a. de volle eigendom;

b. het recht van opstal of van erfpacht;

c. het vruchtgebruik;

 

14. Renovatienota:

is een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door het college van burgemeester en schepenen wordt goedgekeurd en waarin  minstens volgende elementen zijn opgenomen:

a. een overzicht van de voorgenomen werken;

b. een gedetailleerd tijdschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 24 maanden de woning bewoonbaar wordt gemaakt;

c. offertes en/of facturen met betrekking tot de voorgenomen werken waarin de verschillende onderdelen duidelijk vermeld worden. Deze offertes en/of facturen mogen niet ouder zijn dan 1 jaar;

d. een fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;

 

Art. 2 -  Leegstandsregister

 

§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

- een lijst “leegstaande gebouwen”;

- een lijst “leegstaande woningen”.

 

Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.

 

§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:

- het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

- de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

- de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijke gerechtigde(n);

- het nummer en de datum van de administratieve akte;

- de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

 

Art. 3 - Registratie van leegstand

 

§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband.

 

§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.

 

§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst:

- het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

- het vermoeden van het gebruik van een woonentiteit als domiciliewoning;

- het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;

- het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

- een volle brievenbus gedurende lange tijd;

- een verwaarloosde tuin (lang gras, onverzorgd,…);

- rolluiken die langdurig neergelaten zijn;

- het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;

- de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;

- een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

- de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;

- aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

- getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;

- andere relevante indicaties van leegstand.

 

Art. 4 - Kennisgeving van registratie

 

De zakelijk gerechtigde(n) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:

- de administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag;

- informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;

- informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;

- informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister.

 

In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht via aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw of de woning in de inventaris.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken. Deze bevat minstens de volgende gegevens:

- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

- nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw;

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Art. 5 - Beroep tegen registratie

 

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een zakelijk gerechtigde bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

- de identiteit en het adres van de indiener;

- de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

- de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

 

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

 

§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:

- als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;

- als het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde, of;

- als  het beroepschrift niet is ondertekend.

 

§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener.

Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

 

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener ervan.

 

§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

 

Art. 6 - Schrapping uit het leegstandsregister

 

§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in art 1, 8°.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

 

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 7°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

 

§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

- de identiteit en het adres van de indiener;

- de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

- de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

 

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

 

Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

 

Art. 7 - Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

 

§1 Er wordt voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2025 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.

De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1.

 

§2 De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister, d.w.z. 12 maanden na datum van de administratieve akte.

 

Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

Art. 8 - Belastingplichtige

 

§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.

Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

 

Art. 9 - Tarief van de belasting

 

De belasting bedraagt:

Op de eerste verjaardag van de opname in het leegstandsregister of op de eerste verjaardag na het aflopen van een vrijstellingstermijn, zoals omschreven in artikel 10:

1.200 EUR per leegstaand gebouw of woning

100 EUR per leegstaande kamer.

 

Op de tweede verjaardag en elke volgende verjaardag van de opname in het leegstandsregister:

2.400 EUR per leegstaand gebouw of woning

200 EUR per leegstaande kamer.

 

De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

 

Indien er een vrijstelling toegekend werd zoals omschreven in artikel 10, is de eerste heffing na de afloop van de toegekende vrijstellingstermijn dezelfde als die verschuldigd is op de eerste verjaardag na de opname in het leegstandsregister.

 

Art. 10 - Vrijstellingen

 

§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in §3 of §4, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

 

§2. Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 13.

 

§3. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:

 

1. De heffingsplichtige die mede-eigenaar of volle eigenaar is van de woning of het gebouw en die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of in een zorgwoning, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, of elders inwoont in het kader van een zorgsituatie. Deze vrijstelling loopt totdat deze situatie zich opheft. Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening of instelling of een melding van zorgwoning of een attest van de huisdokter moet jaarlijks worden voorgelegd.

 

2. De heffingsplichtige die mede-eigenaar of volle eigenaar is van de woning of het gebouw waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt tot zolang de situatie aanhoudt. Een afschrift van de gerechtelijke beslissing moet worden voorgelegd.

 

3. De heffingsplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerstvolgende heffing volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht. De heffingsplichtige levert hiervoor de nodige bewijzen.

 Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10 % van het aandeelhouderschap.

 

4. Indien de heffingsplichtige meerdere woningen en/of gebouwen bezit die hij of zij tegelijk wil slopen, verbouwen of renoveren om economische efficiëntieredenen, voor zover er een planning kan voorgelegd worden en er jaarlijks over wordt gerapporteerd op het gemeentelijk woonoverleg.

 Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan maximum 2 maal verlengd worden.

 

Vrijstellingen vermeld in deze paragraaf zijn persoonsgebonden. Ze worden toegekend overeenkomstig het aandeel van de woning of het gebouw waarvan deze persoon zakelijk gerechtigde is. De overige zakelijk gerechtigden blijven heffingsplichtig voor het resterende deel van de heffing. De heffing zal hoofdelijk gebeuren en het vrijgestelde deel zal daarvan worden afgetrokken.

 

§4. Een vrijstelling wordt verleend als:

 

1.  Het gebouw of de woning gerenoveerd wordt. Er kunnen twee gevallen van renovatie onderscheiden worden:

-  wanneer het gaat over handelingen die een omgevingsvergunning vragen: er moet een niet vervallen omgevingsvergunning worden voorgelegd, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van twee jaar volgend op het uitvoerbaar worden van deze omgevingsvergunning. Deze vrijstelling kan 1 maal verlengd worden met een nieuwe termijn van 2 jaar indien de eigenaar aan de hand van offertes en foto's kan aantonen dat de renovatiewerken nog lopende zijn;

-  wanneer het gaat over handelingen die geen omgevingsvergunning vragen: er moet een renovatienota worden voorgelegd met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van twee jaar volgend op de goedkeuring van de renovatienota door het college van burgemeester en schepenen. Deze vrijstelling kan maximaal 1 maal verlengd worden met een nieuwe termijn van twee jaar mits voorlegging van een nieuwe renovatienota.

Slechts 1 van bovenstaande vrijstellingen kan worden toegekend binnen een periode van 10 jaar.

 

2.  Het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan. De periode van vrijstelling duurt tot twee jaar nadat het onteigeningsplan eventueel ongedaan gemaakt wordt of de onteigening effectief wordt.

 

3.  Het gebouw of de woning deel uitmaakt van een RUP in opmaak of van een goedgekeurd RUP waarin de bestemming van het gebied gewijzigd wordt.

 

4.  Het gebouw of de woning beschermd is als monument; stads- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 3 maart 1976. De vrijstelling geldt voor een periode van 3 jaar.

 

5.  Het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.

 

6.  Het gebouw of de woning onmogelijk effectief gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure of omwille van een andere soortgelijke procedure, bijvoorbeeld bij een afhandeling van een verzekeringsonderzoek of geschil.

  De vrijstelling gaat in:

  - vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot twee jaar na het einde van de onmogelijkheid indien de zaak start na registratie in het leegstandsregister;

  - twee jaar vanaf de registratiedatum indien de procedure gestart is voor de registratie.

  De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij voorgelegd worden en de belastingplichtige moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure. Gerechtelijke procedures in het kader van huurgeschillen of geschillen waarvoor de bevoegde rechtbank geen verzegeling van de woning en/of het gebouw heeft uitgesproken, geven geen aanleiding tot het verlenen van een vrijstelling van de belasting.

 

7. Het gebouw of de woning het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

8.  Het gebouw of de woning het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig deel 7 van de Vlaamse Codex Wonen 2021.

 

9.  Het gebouw of de woning te koop of te huur staat en de volgende voorwaarde vervuld is:

  het gebouw of de woning wordt tegen aanvaardbare marktvoorwaarden aangeboden (moet aangetoond worden aan de hand van een schattingsverslag door een expert).

  Deze vrijstelling geldt voor een periode van maximaal 1 jaar en kan slechts één keer toegekend worden aan dezelfde eigenaar van het zakelijk recht binnen een periode van 10 jaar.

 

10. De woning verbonden is met een bedrijfsruimte, en voldoet aan één van de volgende voorwaarden:

-  de woning heeft geen eigen ingang vanaf de openbare weg;

-  de houder(s) van het zakelijk recht hebben voldoende aantoonbare inspanningen ondernomen ter bevordering van verhuur/verkoop van het pand. De beoordeling kan bijvoorbeeld geschieden op basis van schriftelijke bewijzen, contracten met immobiliënkantoren, …

  Deze vrijstelling van maximum 3 jaar gaat in vanaf de inventarisatiedatum.

 

11. Het een woning betreft die in gebruik is voor een aan wonen aanverwante functie, zoals de uitoefening van een vrij beroep of een dienstverlenende activiteit of kantoorfunctie.

  Deze vrijstelling wordt enkel toegekend als voldaan is aan de volgende twee voorwaarden:

-  er werden of worden geen structurele wijzigingen aan de woning uitgevoerd, zodat de woning meteen terug gebruikt kan worden voor haar eigenlijke functie namelijk wonen;

-  de woning wordt effectief gebruikt voor het uitoefenen van een vrij beroep of een beroep in de dienstverlenende sector of voor een kantoorfunctie. Het louter hebben van een inschrijving in de Kruispuntbank Ondernemingen geeft geen recht op deze vrijstelling. De eigenaar legt de nodige bewijzen voor die dit effectief gebruik kunnen staven. Deze voorwaarden zullen ter plaatse worden gecontroleerd.

 Deze vrijstelling geldt voor een periode van 2 jaar en is onbeperkt verlengbaar voor een nieuwe periode van 2 jaar mits de eigenaar - na elke periode van 2 jaar die afloopt - kan aantonen met bewijzendat de woning effectief in gebruik is als aan deze aan wonen aanverwante functie zoals hierboven omschreven.

 

12. Als het gebouw of de woning dient voor de huisvesting van seizoensarbeiders of arbeidsmigranten, kan jaarlijks een vrijstelling worden aangevraagd mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

- er kan een gunstig woonconformiteitsonderzoek van kamerbewoning worden voorgelegd, waaruit ook blijkt hoeveel personen er maximum mogen verblijven;

- tijdelijke arbeidskrachten die de woning bewonen, moeten aangemeld zijn bij de dienst vreemdelingen van de gemeente Hoeselt overeenkomstig het Verblijfsbesluit van 8 oktober 1981. Deze aanmelding is gratis.

 

13. Indien een gebouw of woning zowel in het gemeentelijk leegstandsregister als in het gemeentelijk verwaarlozingsregister is opgenomen, geldt een vrijstelling van de leegstandsbelasting op het moment dat de verwaarlozingsbelasting verschuldigd is.
Wanneer een pand geschrapt wordt uit het verwaarlozingsregister, vervalt deze vrijstelling voor de leegstandsbelasting.

 

14.  Wanneer de leegstand het gevolg is van overmacht, d.w.z. te wijten is aan redenen buiten de wil van de zakelijk gerechtigde van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de leegstand. Deze vrijstelling wordt toegekend door middel van een gemotiveerde beslissing van het college van burgemeester en schepenen waarin ook de termijn van deze vrijstelling wordt opgenomen.

 

Art. 11 - Inkohiering

 

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de financieel directeur die onverwijld zorgt voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen. Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het kohier ook de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift. Als bijlage bij het aanslagbiljet wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van onderhavig reglement.

 

Art. 12 - Betalingstermijn

 

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

 

Art. 13 - Bezwaar

 

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen, dat handelt als administratieve overheid.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige (en in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger) en anderzijds naar de financieel directeur.

 

Art. 14 -  Het reglement betreffende de belasting op leegstand van woningen en gebouwen van 26 november 2020 wordt opgeheven.

 

Art. 15 - Overgangsbepaling

 

Woningen, gebouwen en kamers die reeds werden opgenomen in het leegstandsregister, blijven opgenomen in het register met hun oorspronkelijke opnamedatum. Vrijstellingen die reeds eerder werden toegekend volgens de bepalingen van vorige reglementen, blijven behouden met dezelfde duur en/of einddatum, met uitzondering van:

indien een eigenaar reeds een vrijstelling omwille van renovatiewerken heeft verkregen, zoals omschreven in art. 10 § 4.1 in dit reglement, kan hij ook een verlenging aanvragen voor een nieuwe periode van 2 jaar mits het voorleggen van de nodige bewijsstukken. De totale vrijstellingsperiode mag niet langer zijn dan 4 jaar.

Na afloop van deze vrijstelling gelden de bepalingen van dit reglement.

 

Art. 16 - Kennisgeving toezicht

 

Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

Het belastingreglement wordt overeenkomstig de artikelen 285, 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

02

Financiën (gemeente) - Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Aanpassing besluit van 26 november 2020 - Goedkeuring

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op art 170 §4 van de Grondwet;

 

Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het decreet van 30 mei 2008, zoals gewijzigd;

 

Gelet op het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;

 

Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;

 

Gelet op  de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 27 juni 2019 waarin deze besliste om samen met de gemeenten Riemst en Voeren deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid en om het projectvoorstel waarin de opmaak, opbouw, beheer en actualisatie van het verwaarlozingsregister inbegrepen is door het 'IGSW Zuid-Oost Limburg' goed te keuren, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder;

 

Overwegende dat verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente voorkomen en bestreden moet worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan;

 

Overwegende dat het wenselijk is dat het op het grondgebied van de gemeente Hoeselt beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt;

 

Overwegende dat het nuttig is om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen;

 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente Hoeselt;

 

Besluit,

 

Na beraadslaging en met unanimiteit;
 

Art. 1 - Begripsomschrijvingen.

Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

 

1. Beveiligde zending:

 één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

 a. een aangetekend schrijven;

 b. een afgifte tegen ontvangstbewijs;

 

2. Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen;

 

3. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

 

4. Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris zoals beschreven in artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

 

5. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3 van dit reglement;

 

6. Heffingsdecreet: het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;

 

7. Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

 

8. Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 § 1 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;

 

9. Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

 

10. Zakelijk gerechtigde:

  de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

  a. de volle eigendom;

  b. het recht van opstal of van erfpacht;

  c. het vruchtgebruik;

 

11. Renovatienota: is een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door het college van burgemeester en schepenen wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:

  a. een overzicht van de voorgenomen werken;

  b. een gedetailleerd tijdschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 24 maanden de woning bewoonbaar wordt gemaakt;

  c. offertes en/of facturen met betrekking tot de voorgenomen werken van waarin de verschillende onderdelen duidelijk vermeld worden. Deze offertes/facturen mogen niet ouder zijn dan 1 jaar;

  d. fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;

 

12.  Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt.

 

Art. 2 - Vaststelling van de verwaarlozing.

De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden of de door het college van burgemeester en schepenen aangestelde medewerkers van de intergemeentelijke samenwerking, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Daarbij geldt een gebrek van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten, van categorie III voor negen punten en van categorie IV voor achttien punten.

Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 9 punten. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.

 

Art. 3 - Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.

In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:

1. het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

2. de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

3. de identiteit en het adres van alle zakelijk gerechtigden;

4. het nummer en de datum van de administratieve akte;

5. de toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw, inclusief het technisch verslag;

6. de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

7. de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen het verwaarloosd gebouw zich situeert.

 

Art. 4 - Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§1. De registratiebeheerder neemt een woning of een gebouw, waarvan vastgesteld is dat het verwaarloosd is, op in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, de vijfde werkdag na het verstrijken van de bezwaartermijn vermeld in artikel 6, §1, tweede lid, d. of, wanneer een ontvankelijk bezwaar is ingediend, de eerste werkdag die volgt op de beslissing waarbij geoordeeld wordt dat het bezwaar ongegrond is.

 

§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Art. 5 - Kennisgeving van de voorgenomen registratie.

Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Deze kennisgeving bevat:

- de genummerde administratieve akte;

- het technisch verslag;

- informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;

- informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

- informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

 

In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht via aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw of de woning in de inventaris.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken. Deze bevat minstens de volgende gegevens:

- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

- nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw;

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Art. 6 - Bezwaar tegen de voorgenomen registratie.

 

§1. Tegen het voornemen, om een woning of een gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan de zakelijk gerechtigde bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie.

 

Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift:

a. ondertekend en gemotiveerd zijn;

b. met een beveiligde zending worden ingediend;

c. minimaal de volgende gegevens bevatten:

 - de identiteit en het adres van de indiener;

 - de vermelding van het nummer van de administratieve akte;

 - de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het bezwaarschrift betrekking heeft;

d. worden betekend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de beveiligde zending vermeld in artikel 5.

 

§2. Een laattijdig ingediend bezwaar tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 7.

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het bezwaarschrift.

 

§3. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

 

§4. Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§5. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van een bezwaarschrift een ontvangstbevestiging.

 

§6. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§7. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.

 

§8. Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Art. 7 - Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

§1. De registerbeheerder schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 2, 9 punten of meer zouden opleveren. De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder.

 

Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:

a. ondertekend en gemotiveerd zijn;

b. een beveiligde zending worden ingediend;

c. minimaal de volgende gegevens bevatten:

 - de identiteit en het adres van de indiener;

 - de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft.

 

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt dat datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

 

§3. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§4. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.

 

§5. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§6. De registerbeheerder doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek.

Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.

 

§7. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Art. 8 - Beroep tegen weigering tot schrapping.

§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de bezwaarinstantie.

 

Op straffe van nietigheid moet dit beroep:

a. ondertekend en gemotiveerd zijn;

b. met een beveiligde zending worden ingediend;

c. minimaal de volgende gegevens bevatten:

 - de identiteit en het adres van de indiener;

 - de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;

 - de weigeringsbeslissing;

d. worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.

 

§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

 

§3. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§4. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het beroep een ontvangstbevestiging.

 

§5. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

 

§6. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift.

Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

 

§7. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Art. 9 - Belastingstermijn en belastbare grondslag.

 

§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2025 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

 

Art. 10 - Belastingplichtige.

 

§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de registratiedatum. 

Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Indien er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

 

Art. 11 - Tarief van de belasting.

 

De belasting bedraagt:

Op de eerste verjaardag van de opname in het register verwaarloosde woningen en gebouwen:

1.200,00 EUR voor een woning;

1.200,00 EUR een gebouw.

 

Op de tweede en elke volgende verjaardag van de opname in het register verwaarloosde woningen en gebouwen:

2.400,00 EUR voor een woning;

2.400,00 EUR voor een gebouw.

 

De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

 

Indien er een vrijstelling toegekend werd zoals omschreven in artikel 12, is de eerste heffing na afloop van de toegekende vrijstellingstermijn dezelfde als die verschuldigd is op de eerste verjaardag na de opname in het register verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

Art. 12 - Vrijstelling.

 

§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de registerbeheerder. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hieronder vermeld, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

 

§2. Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 15.

 

§3. Een vrijstelling wordt verleend:

1. aan de heffingsplichtige die het zakelijk recht heeft op één enkele woning, bij uitsluiting van enig ander gebouw of enige andere woning, en die als houder van het recht de woning uitsluitend gebruikt als hoofdverblijfplaats. De vrijstelling geldt uitsluitend voor de belasting die verschuldigd is bij de eerste verjaardag na opname, ongeacht of om een andere reden een vrijstelling verleend werd;

2. aan de heffingsplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht. De heffingsplichtige levert hiervoor de nodige bewijzen, zie artikel 5. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10% van het aandeelhouderschap.

 

Vrijstellingen vermeld in deze paragraaf zijn persoonsgebonden. Zij worden toegekend overeenkomstig het aandeel van de woning of het gebouw waarvan deze persoon zakelijk gerechtigde is. De overige zakelijk gerechtigden blijven heffingsplichtig voor het resterende deel van de heffing. De heffing zal hoofdelijk gebeuren en het vrijgestelde deel zal daarvan worden afgetrokken.

 

§4. Een vrijstelling wordt verleend als:

1. Het gebouw of de woning gerenoveerd wordt. Er kunnen twee gevallen van renovatie onderscheiden worden:

- wanneer het gaat over handelingen die om een omgevingsvergunning vragen: er moet een niet vervallen omgevingsvergunning worden voorgelegd, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van twee jaar volgend op het uitvoerbaar worden van deze omgevingsvergunning. Deze vrijstelling kan 1 maal verlengd worden met een nieuwe termijn van 2 jaar indien de eigenaar aan de hand van offertes en foto's kan aantonen dat de renovatiewerken nog lopende zijn.

- wanneer het gaat over handelingen die geen omgevingsvergunning vragen: er moet een renovatienota worden voorgelegd met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van twee jaar volgend op de goedkeuring van de renovatienota  door het college van burgemeester en schepenen. Deze vrijstelling kan 1 maal verlengd worden met een  nieuwe termijn van twee jaar mits voorlegging van een nieuwe renovatienota.

 Slechts 1 van bovenstaande vrijstellingen kan worden toegekend binnen een periode van 10 jaar.

 

2. Het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid (voorlopig) goedgekeurd onteigeningsplan. De periode van vrijstelling duurt tot twee jaar nadat het onteigeningsplan eventueel ongedaan gemaakt wordt of de onteigening effectief wordt.

 

§5. Er wordt wegens overmacht een vrijstelling van de heffing verleend aan de zakelijk gerechtigde die aantoont dat de woning of het gebouw opgenomen blijft in het register om redenen onafhankelijk van zijn wil. Deze vrijstelling wordt toegekend door middel van een gemotiveerde beslissing van het college van burgemeester en schepenen waarin ook de termijn van deze vrijstelling wordt opgenomen.

 

Art. 13 - Inkohiering.

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de financieel directeur die onverwijld zorgt voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen. Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het kohier ook de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift. Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van onderhavig reglement.

 

Art. 14 -  Betalingstermijn.

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

 

Art. 15 - Bezwaar.

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen, dat handelt als administratieve overheid.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige (en in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger) en anderzijds naar de financieel directeur.

 

Art. 16 - Het reglement betreffende de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen van 26 november 2020 wordt opgeheven.

 

Art. 17 - Overgangsbepaling.

Woningen en gebouwen die reeds werden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen blijven opgenomen in het register met hun oorspronkelijke opnamedatum. Vrijstellingen die reeds eerder werden toegekend volgens de bepalingen van vorige reglementen, blijven behouden met dezelfde duur en/of einddatum, met uitzondering dat indien een eigenaar reeds een vrijstelling omwille van renovatiewerken heeft verkregen, zoals omschreven in art.12 § 4.1 in dit reglement, hij ook een verlenging kan aanvragen voor een nieuwe periode van 2 jaar mits het voorleggen van de nodige bewijsstukken. De totale vrijstellingsperiode mag niet langer zijn dan 4 jaar. Na afloop van deze vrijstelling gelden de bepalingen van dit reglement.

 

Art. 18 - Kennisgeving toezicht.

Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

Het belastingreglement wordt overeenkomstig de artikelen 285, 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

03

Omgeving - Tijdelijke verlenging erkenning sociale huisvestingsmaatschappij - Advies - Goedkeuring

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021 tot wijziging van verschillende besluiten over wonen;

 

Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (VCW);

 

Gelet op het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 (BVCW);

 

Gelet op het decreet van 9 juli 2021 houdende wijzigingen van diverse decreten met betrekking tot wonen, waarbij een regelgevend kader met betrekking tot de woonmaatschappijen wordt gecreëerd;

 

Gelet op dit woondecreet van 9 juli 2021 waarbij sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren zich dienen om te vormen tot één woonactor per gemeente en dit binnen het tijdskader en de modaliteiten zoals bepaald door het decreet;

 

Gelet dat in Limburg in dit kader ervoor werd gekozen om de betrokken huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren onder te brengen in één Limburgse woonmaatschappij;

 

Overwegende dat in het traject naar het vormen van een ééngemaakte woonmaatschappij voor het werkingsgebied tegen 1 januari 2023, sociale huisvestingsmaatschappijen, die er pas tegen 30 juni 2023 zullen in slagen om aan alle voorwaarden tot erkenning als woonmaatschappij te voldoen - ofwel door zichzelf om te vormen tot woonmaatschappij, ofwel door een herstructurering (fusie, splitsing…) door te voeren met een andere woonmaatschappij of met een sociale huisvestingsmaatschappij, die kan aantonen dat die zich kan omvormen tot woonmaatschappij - een verlenging van hun erkenning als sociale huisvestingsmaatschappij tot 30 juni 2023 kunnen bekomen;

 

Overwegende dat zij hiervoor een aanvraag moeten  indienen bij het Agentschap Wonen-Vlaanderen;

 

Overwegende dat de aanvragende sociale huisvestingsmaatschappij moet aantonen dat ze zich uiterlijk op 30 juni 2023 zal kunnen omvormen tot woonmaatschappij, mede ondersteund door een stappenplan en een advies van de lokale besturen uit het werkingsgebied (art 223, §2, 2de lid van het BVR van 17/12/2022 tot wijziging van verschillende besluiten over wonen);

 

Gelet dat in de brief d.d. 8 juli 2022, die de gemeente Hoeselt ontving van de sociale huisvestingsmaatschappijen Cordium en Kleine Landeigendom, wordt gevraagd om tegen uiterlijk 28 september 2022 een advies uit te brengen over het traject dat zij willen doorlopen om tegen uiterlijk 30 juni 2023 deel uit te maken van de woonmaatschappij die in het werkingsgebied, waar de gemeente Hoeselt deel van uitmaakt, zal worden gevormd;

 

Besluit,

 

Na beraadslaging en met unanimiteit;
 

Art. 1 - Kennis te nemen van de aanvraag tot verlenging van de erkenning van de sociale huisvestingsmaatschappijen Cordium en Kleine Landeigendom tot en met 30 juni 2023.

 

Art. 2 - Een gunstig advies te verlenen aan de Vlaamse Regering m.b.t. het bijgevoegde stappenplan waarmee de Limburgse sociale huisvestingsmaatschappijen zich wensen om te vormen tot één Limburgse woonmaatschappij gezien deze voldoet aan de doelstellingen van de gemeente Hoeselt.

 

Art. 3 - Deze beslissing wordt aan de aanvrager bezorgd.

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

04

Overheidsopdrachten - Design-build voetbalkantine met aanhorigheden en build 3 voetbalvelden - Gunningsleidraad - Goedkeuring

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

 

Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 38, § 1, 1° b) ontwerp- of innovatieve oplossingen en c) de opdracht kan niet worden gegund zonder voorafgaande onderhandelingen wegens specifieke omstandigheden die verband houden met de aard, de complexiteit of de juridische en financiële voorwaarden of wegens de daaraan verbonden risico's;

 

Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat de volgens de projectopleveringsmethode 'build-design' een project wenst te realiserend dat bestaat uit het ontwerpen en bouwen van een voetbalkantine met kleedkamers en aanhorigheden en het aanleggen van voetbalvelden;


Overwegende dat er daarbij gekozen werd voor de mededingingsprocedure met onderhandeling als plaatsingswijze, dewelke bestaat uit twee fases: een selectie- en een gunningsfase;

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2022 betreffende de goedkeuring van o.a. de selectievereisten en de raming ;

 

Overwegende dat op 7 februari 2022 de overheidsopdracht 2022-007 met als voorwerp 'Design-build voetbalkantine met aanhorigheden en build 3 voetbalvelden' in de markt geplaatst werd, waarbij er vervolgens 2 aanvragen tot deelneming ingediend werden, meer bepaald:

-          Samenwerkingsverband Schoofs nv - De Gouden Liniaal Architecten bv - Studiebureau ir. P. Poelmans bv - Momenting bv

-          TM Cordeel - VP Architecten - AE+ Architectuur

 

Overwegende dat deze kandidatuurstellingen geanalyseerd werden door GD&A advocaten, die in haar verslag van nazicht aangeeft dat beide kandidaturen voldoen en beide kandidaten geselecteerd kunnen worden;

 

Overwegende dat de eerste fase beëindigd werd door de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 14 juni 2022 waarbij dit verslag van nazicht goedgekeurd werd en waarbij beide kandidaten geselecteerd werden;

 

Overwegende dat GD&A Advocaten in het kader van haar opdracht “Juridische begeleiding sportpark Hoeselt” in de volgende fase ook een gunningsleidraad uitwerkte;

 

Gelet op de bijgevoegde documenten, die samen de gunningsleidraad 'Design-build voetbalkantine met aanhorigheden en build 3 voetbalvelden'  vormen:

-          de algemene bepalingen

-          de administratieve voorschriften

-          de contractuele bepalingen

-          bijlage 1, het offerteformulier

-          bijlage 2, een verzoek tot toelichting

-          bijlage 3, de projectdefinitie, inclusief masterplan en klimaatplan

-          bijlage 4, een attest van het plaatsbezoek

-          bijlage 5, het programma van de eisen (de outputspecificaties)

 

Overwegende dat de totale uitgaven voor deze opdracht geraamd worden op 2.500.000 EUR incl. 21% btw en dat hiervoor voldoende middelen voorzien werden in het budget van 2022, op budgetcode 22200507/04/0742 (actie/raming AC000009/MJP001033);

 

Besluit,

 

12 stemmen voor: Werner Raskin (VLD-plus), Bert Vertessen (NVA-nieuw), Yves Croux (VLD-plus), Johan Schoefs (NVA-nieuw), Heidi Berx (VLD-plus), Alfons Capiot (WIJ Hoeselt), Wim Hellinx (VLD-plus), Wendy Bollen (VLD-plus), Stanny Crommen (VLD-plus), Eddy Vandecaetsbeek (WIJ Hoeselt), Ria Moesen (NVA-nieuw) en Jordi Boulet (NVA-nieuw).
5 stemmen tegen: Carine Moors (Best-Groen), Christiaan Hex (Best-Groen), Mieke Claesen (Best-Groen), Marc Bamps (Best-Groen) en Jasper Goffin (Best-Groen).
 

Art. 1 - Goedkeuring te verlenen aan de gunningsleidraad, zoals opgesteld door ontwerper GD&A Advocaten bvba, Stationsstraat 1 te 3940 Hechtel-Eksel in het kader van de opdracht “Design-build voetbalkantine met aanhorigheden en build 3 voetbalvelden”.

 

 Art. 2 - De opdracht zal gegund worden bij wijze van de mededingingsprocedure met onderhandeling.

 

 Art. 3 - De kosten worden geraamd op een algemeen totaal van 2.500.000 EUR incl. 21% btw.

 

Art. 4 - De uitgaven voor deze opdracht zullen aangerekend worden op het budget van 2022, op budgetcode 22200507/04/0742 (actie/raming AC000009/MJP001033).

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

05

Overheidsopdrachten - Onderhoud buurtwegen 2022-2023 - Lastvoorwaarden en gunningswijze - Goedkeuring

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

 

Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 36;

 

Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat in het kader van de opdracht “Onderhoud buurtwegen 2022-2023 (Molenstraat, Bovenstraat, e.a.)” een bestek met nr. 2022-061 werd opgesteld door de Technische Dienst;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 268.982,00 EUR excl. btw of 325.468,22 EUR incl. 21% btw;

 

Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in het budget van 2022, op budgetcode 22400007/03/0200 (actie/raming AC000049/MJP000547) en in het budget van 2023;

 

Besluit,

 

Na beraadslaging en met unanimiteit;
 

Art. 1 - Goedkeuring te verlenen aan het bestek met nr. 2022-061 en de raming voor de opdracht “Onderhoud buurtwegen 2022-2023 (Molenstraat, Bovenstraat, e.a.)”, opgesteld door de Technische Dienst. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt 268.982,00 EUR excl. btw of 325.468,22 EUR incl. 21% btw.

 

Art. 2 - Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

 

Art. 3 - De aankondiging van de opdracht wordt bekendgemaakt op nationaal niveau.

 

Art. 4 - De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2022, op budgetcode 22400007/03/0200 (actie/raming AC000049/MJP000547) en in het budget van 2023.
 

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

06

Overheidsopdrachten - Leveren en plaatsen van laserprojector en scherm GC Ter Kommen - Lastvoorwaarden en gunningswijze - Goedkeuring

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

 

Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 140.000,00 EUR niet);

 

Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 90, 1°;

 

Overwegende dat in het kader van de opdracht “Leveren en plaatsen van laserprojector en scherm” een bestek met nr. 2022-057 werd opgesteld door de dienst Vrije Tijd;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 30.578,51 EUR excl. btw of 37.000,00 EUR incl. 21% btw;

 

Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in het budget van 2022, op budgetcode 22103507/04/0705 (actie/raming AC000021/MJP000584);

 

Besluit,

 

Na beraadslaging en met unanimiteit;
 

Art. 1 - Goedkeuring te verlenen aan het bestek met nr. 2022-057 en de raming voor de opdracht “Leveren en plaatsen van laserprojector en scherm”, opgesteld door de dienst Vrije Tijd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt 30.578,51 EUR excl. btw of 37.000,00 EUR incl. 21% btw.

 

Art. 2 - Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

 

Art. 3 - De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2022, op budgetcode 22103507/04/0705 (actie/raming AC000021/MJP000584).
 

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

07

Overheidsopdrachten - Vernieuwen houten buitenterras 't Fabriek - Lastvoorwaarden en gunningswijze - Goedkeuring

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

 

Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 140.000,00 EUR niet);

 

Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 90, 1°;

 

Overwegende dat in het kader van de opdracht “Vernieuwen houten buitenterras 't Fabriek” een bestek met nr. 2022-053 werd opgesteld door de dienst Vrije Tijd;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 12.396,69 EUR excl. btw of 15.000,00 EUR incl. 21% btw;

 

Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in het budget van 2022, op budgetcode 22103507/04/0752 (actie/raming AC000023/MJP000601);

 

Besluit,

 

Na beraadslaging en met unanimiteit;
 

Art. 1 - Goedkeuring te verlenen aan het bestek met nr. 2022-053 en de raming voor de opdracht “Vernieuwen houten buitenterras 't Fabriek”, opgesteld door de dienst Vrije Tijd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt 12.396,69 EUR excl. btw of 15.000,00 EUR incl. 21% btw.

 

Art. 2 - Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

 

Art. 3 - De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budget van 2022, op budgetcode 22103507/04/0752 (actie/raming AC000023/MJP000601).
 

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

08

Secretariaat (gemeente) - Klacht tegen 'Subsidie thuisbatterijsystemen' - Kennisgeving

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 331 t.e.m. 333 betreffende het algemeen bestuurlijk toezicht;

 

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende de vaststelling van de wijze van communicatie tussen het lokaal bestuur, de indiener van de klacht en de toezichthoudende overheid in het kader van het bestuurlijk toezicht op het lokaal bestuur;

 

Gelet op het feit dat de gemeente Hoeselt op 11 augustus 2022 via het Agentschap Binnenlands Bestuur een klacht ontving tegen de subsidie voor thuisbatterijsystemen;

 

Overwegende dat de klacht werd ingediend omdat men oordeelde dat deze thuisbatterijsystemen een negatieve impact op het milieu zouden hebben;

 

Gelet op het feit dat het Agentschap Binnenlands Bestuur tevens op 11 augustus meedeelde dat het toekennen van een subsidie voor thuisbatterijsystemen tot de autonomie van de gemeente behoort; dat dit een beleidskeuze is;

 

Overwegende dat de gouverneur meldt dat hij niet kan tussenkomen in dit dossier;

 

Besluit,

 

Art. 1 - Kennis te nemen van de klacht tegen de subsidie voor thuisbatterijsystemen.

 

Art. 2 - Kennis te nemen van de beslissing van het Agentschap Binnenlands Bestuur d.d. 11 augustus 2022, waarvan kopie in bijlage.

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

09

Secretariaat (gemeente) - Besluit van de burgemeester d.d. 6 juli 2022 houdende de aanduiding van een waarnemend burgemeester in geval van verhindering van de titularis door ziekte, vakantie of andere omstandigheden - Kennisgeving

 

De gemeenteraad,

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid de artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 62 betreffende de tijdelijke vervanging van de burgemeester;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Overwegende dat in geval van ziekte, vakantie of andere omstandigheden, de burgemeester tijdelijk verhinderd kan zijn en niet in de mogelijkheid is zijn ambt op te nemen;

 

Gelet op het besluit van burgemeester Werner Raskin van 4 december 2020 waarbij schepen Yves Croux werd aangeduid om het burgemeesterschap tijdelijk waar te nemen in geval van verhindering van de titularis door vakantie, ziekte of welke andere omstandigheden dan ook;

 

Gelet op het besluit van burgemeester Werner Raskin van 6 juli 2022 waarbij schepen Yves Croux en bij verhindering van schepen Croux vervolgens schepen Heidi Berx werden aangeduid om het burgemeesterschap tijdelijk waar te nemen in geval van verhindering van de titularis door vakantie, ziekte of welke andere omstandigheden dan ook;

 

Overwegende dat er, uit praktische overwegingen en om voor elke afwezigheid of verhindering niet telkens opnieuw een aanstellingsbesluit te moeten treffen, door de burgemeester een besluit werd genomen voor alle periodes en omstandigheden waarbij hij in de toekomst mogelijk verhinderd kan zijn;

 

Besluit,

 

Art. 1 - Kennis te nemen van het besluit van burgemeester Werner Raskin van 6 juli 2022 waarbij het burgemeestersbesluit d.d. 4 december 2020 wordt opgeheven en vervangen door onderhavig besluit waarin schepen Yves Croux en bij verhindering van schepen Croux vervolgens schepen Heidi Berx werden aangeduid als waarnemend burgemeester in geval van verhindering van de titularis door vakantie, ziekte of welke andere omstandigheden dan ook vanaf 6 juli 2022.

 

Art. 2 - Onderhavig besluit van de burgemeester is ook van toepassing op het voorzitterschap in het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau aangezien de burgemeester beide vergaderingen voorzit.

 

Art. 3 - Een afschrift van dit besluit wordt voor kennisgeving bezorgd aan burgemeester Werner Raskin en schepen Yves Croux en schepen Heidi Berx.

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

10

Secretariaat (gemeente) - Notulen en zittingsverslag gemeenteraad van 23 juni 2022 - Goedkeuring

 

De gemeenteraad,

 

Overwegende dat conform art. 32 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering steeds samen met de agenda van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld worden aan de gemeenteraadsleden;

 

Overwegende dat ieder raadslid het recht heeft opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering;

 

Gelet op het ontwerp van de notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraadszitting van 23 juni 2022 in bijlage;

 

Overwegende dat ter zake geen op- of aanmerkingen geformuleerd werden;

 

Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid het artikel 32 betreffende de notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid de artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid de artikelen 326 tot en met 334 betreffende het bestuurlijk toezicht;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Besluit,

 

Na beraadslaging en met unanimiteit;
 

Art. 1 - De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 23 juni 2022 goed te keuren en namens de gemeenteraad ter ondertekening voor te leggen aan de voorzitter en de algemeen directeur.

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

Bijkomende punten:

 

11

Secretariaat (gemeente) - Voorstel tot afschaffing gedeelte buurtweg 136 - Goedkeuring

 

Raadslid Eddy Vandecaetsbeek heeft in toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur van de mogelijkheid gebruik gemaakt om namens de fractie Wij Hoeselt een punt toe te voegen aan de agenda van de gemeenteraad van 25 augustus 2022. Meer bepaald wenst hij het volgende punt behandeld te zien:

 

Voorstel tot afschaffing gedeelte buurtweg 136

 

Op 27 september 1982 werd door het toenmalig schepencollege een bouwvergunning afgeleverd voor het bouwen van een woning op een goedgekeurde verkaveling langs de De Bormanlaan op het perceel sectie F nr. 172/d lot 4. De verkoopakte van de grond werd opgemaakt door notaris Vuysteke van Riemst op 8 september 1982. In de verkoopakte wordt gewag gemaakt van een servitude voor voetgangersverkeer die niet in het gedrang mag komen, zo blijkt uit een stedenbouwkundig attest. Deze servitude is gelegen aan de rechterkant van het perceel gezien vanaf de De Bormanlaan. Er wordt van de eigenaars verwacht dat ze deze servitude onderhouden.

 

Op 27 juli 1995 schaft de toenmalige gemeenteraad op vraag van de eigenaars het bewuste deel van de buurtweg af omdat deze toen nog van weinig nut was. De gemeenteraad werd echter terug gefloten door de bestendige deputatie van de provincie Limburg na enkele klachten van omwonenden.

 

Omdat het dossier in de vergetelheid geraakt, wordt op verzoek van de eigenaars een verkeersanalyse met betrekking tot afschaffing van de buurtweg opgemaakt door expert/professor Walter Huys. Uit deze analyse blijkt dat de afschaffing van de buurtweg/servitude zelfs noodzakelijk is wegens:

- Gevaarlijk voor gebruikers wegens onoverzichtelijk in de bocht van de De Bormanlaan en garage uitrit van de eigenaren op de buurtweg/servitude.

- Zwerfvuil

- Geen verlichting

- Geen voetpaden naar de buurtweg/servitude toe

 

De achterliggende verkaveling heeft meerdere toegangswegen in alle windstreken zowel voor auto’s als voor fietsers en voetgangers. In dit concreet geval kan men - mits een ommetje van 150 m - via de Orchideelaan de Middelste Kommen en Nieuw Hoeselt bereiken. De buurtweg/servitude is een onverharde, dikwijls modderige weg die vooral in de winter soms gevaarlijk glad is. De veiligheid primeert ten opzichte van een klein aantal klagende bewoners, als die er nog mogen zijn.

 

Op het schepencollege van 5 april 2022 stond de afschaffing geagendeerd en bleek de burgemeester voorstander, maar werd hij teruggefloten door zijn schepenen om welke reden dan ook.

 

Omdat er mijn inziens geen enkel doorslaggevend beletsel meer bestaat, stel ik voor om goedkeuring te verlenen aan de afschaffing van het laatste deel van buurtweg/servitude 136, gelegen langs de De Bormanlaan op perceel sectie F nr. 172/lot4 eigendom van de familie Geraerts-Wolfs, zodat de eigenaars volwaardig over hun perceel kunnen beschikken en het naar hun zin kunnen inrichten.

 

Raadslid Eddy Vandecaetsbeek licht het agendapunt toe.

 

Schepen Bert Vertessen geeft aan dat hij op dit agendapunt zal antwoorden vanuit zijn ambt als schepen van Mobiliteit. Hij verwijst allereerst naar de opmerking van raadslid Eddy Vandecaetsbeek over de aankoop van dit perceel in de De Bormanlaan 57 in 1982 en het gemeenteraadsbesluit van 1995. Hij bevestigt ook dat het destijds ging over een doorgang voor landbouwvoertuigen naar de achterliggende fruitplantages, maar merkt op dat de situatie nu veranderd is. De mindset is tegenwoordig anders en meer mensen willen een snelle of makkelijkere verbinding. De trage wegen worden terug opengezet en de buurtwegen worden geherwaardeerd. En als er problemen zijn met zwerfvuil of modderige paden dan is er de Technische Dienst van de gemeente Hoeselt om dat op te lossen. Verder antwoordt schepen Bert Vertessen dat de bocht in de De Bormanlaan, een trage weg, overzichtelijk genoeg is om zich op de openbare weg te begeven. En hij berust daarvoor op de eigen visie van het gemeentebestuur. In de toekomst zal er een pakket aangekocht worden om de trage wegen in kaart te brengen en zullen de trage wegen meer en meer geopend en opgewaardeerd worden. Schepen Bert Vertessen benadrukt verder dat ook de gemeentelijke verkeerscommissie - bestaande uit o.a. de politierechter, de milieudeskundige en de mobiliteitsambtenaar - het schepencollege geadviseerd heeft om de buurtwegen en trage wegen zoveel mogelijk te behouden. En dit is dan ook het standpunt dat het schepencollege heeft ingenomen. Hij vraagt de meerderheidspartijen vandaag dan ook om dit standpunt bij te treden.

 

Raadslid Eddy Vandecaetsbeek repliceert dat buurtweg 136 op private grond blijft liggen en dat er wel degelijk heel wat andere toegangswegen zijn naar dat gebied. Deze buurtweg zorgt voor overlast. Hij meent dat daar perfect een uitzondering voor gemaakt kan worden.

 

Schepen Bert Vertessen vindt de overlast te beperkt gelet op het toekomstig potentieel van de buurtweg. Gezien de realisatie van de Middelste Kommen zal er binnen een jaar of 6, 7 - of zelfs eerder - heel wat schoolgaande jeugd zijn die dan perfect de verbinding kan maken van en naar hun thuis. In dat opzicht is hij voorstander van het behoud van de buurtweg.

 

Raadslid Eddy Vandecaetsbeek benadrukt dat er 50 meter verder een openbare weg ligt. Hij geeft schepen Bert Vertessen gelijk in zijn standpunt dat de trage wegen behouden moeten blijven en vindt dit ook goed. Maar hij vindt niet dat er 2 wegen naast mekaar moeten liggen en al zeker niet als eentje ervan op private grond ligt. Hij vraagt om de eigenaars terug te geven wat ze gekocht hebben en de omwonenden de andere weg te laten gebruiken. Dit is voor hem peanuts.

 

Schepen Bert Vertessen antwoordt dat de weg vergund is. Dit stond zo op het plan en het is intussen ook mooi aangelegd met betonklinkers plus zijn er elementen geplaatst die het moeilijker maken om er met de bromfiets te passeren terwijl de fietser/voetganger wel nog kan passeren. Hij is van mening dat het schepencollege goed tegemoet gekomen is aan de vragen van dat moment.

 

Raadslid Eddy Vandecaetsbeek heeft verder zijn bedenkingen over het feit dat medewerkers van de gemeentelijke Technische Dienst daar een paar weken geleden zijn gaan opruimen. Is het wel toegelaten dat medewerkers van de Technische Dienst op private grond opruimings- en maaiwerken doen? Kan dit zomaar? Hij verwijst hiervoor naar de akte van de notaris over dit perceel waarin staat dat de eigenaars de weg zélf moeten onderhouden. Hij stelt dat de Technische Dienst ter plaatse is gaan opruimen zonder toestemming van de eigenaars.

 

Schepen Bert Vertessen repliceert dat raadslid Eddy Vandecaetsbeek dan zijn argument over zwerfvuil en modder kan schrappen uit zijn toegevoegd agendapunt omdat dit dus eigenlijk een taak van de eigenaar blijkt te zijn.

 

Raadslid Eddy Vandecaetsbeek antwoordt dat de Technische Dienst geen toestemming heeft gekregen van de eigenaars. Hij benadrukt dat men dus werken heeft gedaan op grond van iemand anders.

 

Schepen Bert Vertessen antwoordt dat de Technische Dienst volgende keer toestemming zal vragen aan de eigenaars.

 

Raadslid Eddy Vandecaetsbeek zegt dat hij bij deze zijn best heeft gedaan en vraagt om de stemming. Hij kan niet inschatten wat de andere raadsleden hiervan denken.

 

Raadslid Fons Capiot wil nog iets toevoegen wat betreft de geschiedenis van buurtweg 136. Toen in 1995 om de afschaffing van buurtweg 136 gevraagd werd, werd dit unaniem goedgekeurd door de gemeenteraad omdat dit een hele lange weg was door de Middelste Kommen. En hij vindt het onbegrijpelijk dat de Raad van State de gemeente Hoeselt toen heeft teruggefloten enkel voor het stukje buurtweg 136 dat op de private grond van deze mensen ligt. Hij stelt dat dit blijkbaar was om de eigenaars te ambeteren, te koeioneren. Hij benadrukt dat de rest van buurtweg 136 wel mocht worden afgeschaft, alleen het stuk op private grond niet. Hij heeft dit nooit begrepen. En toen was de argumentatie van de Raad van State dat er nog doorgang moest zijn voor landbouwvoertuigen naar die velden. Raadslid Fons Capiot benadrukt dat er nu geen velden meer zijn. En men heeft nog altijd toegang door 50 meter om te gaan. Dan koeioneert men die mensen nooit meer. Raadslid Fons Capiot verzekert dat men wel iets anders zou meemaken indien het over zijn persoonlijke grond zou gaan. Deze eigenaars zijn brave mensen. En daarom vraagt hij om het dit stuk van buurtweg 136 vandaag af te schaffen. De Raad van State kan deze gemeenteraadsbeslissing dan nog altijd intrekken. Het is niet omdat een gemeentelijke adviesraad - de verkeerscommissie - adviseert om het stuk van buurtweg 136 op private grond te behouden dat de gemeenteraad dit ook moet volgen. Hij zal dit advies niet volgen. Hij heeft vroeger gestemd om die hele buurtweg af te schaffen en dat is ook gebeurd, want anders konden de huizen op de Middelste Kommen nooit gebouwd worden. Maar de buurtweg is afgeschaft met uitzondering van dit ene stukje. Raadslid Fons Capiot herhaalt dat hij voorstander is om het resterende deel van buurtweg 136 af te schaffen en daar dan ook voor stemt.

 

Raadslid Eddy Vandecaetsbeek vraagt de raadsleden om zich eens voor te stellen dat zo'n buurtweg in zijn of haar eigen tuin zou liggen. Wat zou men daar dan van denken? Het is makkelijk om over andermans grond te oordelen. En als er niet genoeg alternatieven zouden zijn kon hij zich hier nog in vinden, maar hij stelt dat deze er wel degelijk zijn. Hij is ter plaatse gaan kijken en er zijn veel doorsteekplaatsen voor auto’s, fietsers, voetgangers, enz. Er zijn zelfs meer alternatieven dan in eender welk ander project. Raadslid Eddy Vandecaetsbeek vindt de afschaffing een kleine moeite om de eigenaars zo heel wat last te besparen. De eigenaars hebben de buurtweg nu al jaren onderhouden. Hij sluit af met te zeggen dat de fractie Wij Hoeselt al haar argumenten op tafel heeft gelegd en hij hoopt dat hij de meerderheid heeft kunnen overtuigen om buurtweg 136 af te schaffen.

 

Het voorstel van raadslid Eddy Vandecaetsbeek namens Wij Hoeselt om het laatste deel van buurtweg/servitude 136, gelegen langs de De Bormanlaan op perceel sectie F nr. 172/lot4 eigendom van de familie Geraerts-Wolfs, af te schaffen wordt niet goedgekeurd met 3 stemmen voor (Werner Raskin, Fons Capiot en Eddy Vandecaetsbeek), 10 stemmen tegen (Jordi Boulet, Bert Vertessen, Yves Croux, Johan Schoefs, Heidi Berx, Michel Vanroy, Wim Hellinx, Wendy Bollen, Stanny Crommen en Ria Moesen) en 5 onthoudingen (Carine Moors, Christiaan Hex, Mieke Claesen, Marc Bamps en Jasper Goffin).

Publicatiedatum: 03/10/2022
Overzicht punten

Bijkomende punten:

 

12

Secretariaat (gemeente) - Verkeerscirculatieplan Hoeselt - Kennisgeving

 

Raadslid Mieke Claesen heeft in toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur van de mogelijkheid gebruik gemaakt om namens de fractie Best Groen een punt toe te voegen aan de agenda van de gemeenteraad van donderdag 25 augustus 2022. Meer bepaald wenst zij het volgende punt behandeld te zien:

 

Verkeerscirculatieplan Hoeselt

 

Via Het Belang van Limburg heb ik kennis gekregen van het nieuwe verkeerscirculatieplan voor Hoeselt. Het lijkt mij dat dit hetzelfde plan is dat de raadsleden even gezien hebben in februari 2021. Op 12 augustus ll. heb ik via mail gevraagd om inzage in het volledige plan en om ons de studie te bezorgen. Tot op datum van indiening van dit bijkomend agendapunt mocht ik helaas niets ontvangen. Ook geen mail met de reden waarom ik dit niet ter inzage kreeg. Graag kreeg ik dan ook een antwoord op volgende vragen:

 

Ik lees op de website van Het Belang van Limburg dat sommige maatregelen al ingevoerd gaan worden in oktober 2022, maar dat het plan pas in januari 2023 op de gemeenteraad zal besproken worden? Klopt dit?

 

Waarom nu - in de vakantie - plots die bevraging? Het is toch hetzelfde plan dat men ons in februari 2021 heeft laten zien?

 

Welk studiebureau heeft dit plan getekend? Wanneer zijn die studies uitgevoerd?

 

Mag ik u dan alsnog vragen om de studie(s) aan ons over te maken?

 

Raadslid Mieke Claesen licht het agendapunt toe.

 

Schepen Bert Vertessen verwijst allereerst naar de opmerking van raadslid Mieke Claesen dat de gemeenteraadsleden geen exemplaar hebben bekomen van de studie die gebeurd is om het verkeerscirculatieplan op te stellen. Hij ging ervan uit dat de gemeenteraadsleden deze gegevens - die hij in februari 2020 tijdens een webinar had laten zien - gekregen hadden.

 

Raadslid Mieke Claesen repliceert dat niemand deze informatie gekregen heeft.

 

Schepen Bert Vertessen geeft aan dat de studie alleszins opvraagbaar is bij de dienst Mobiliteit. Hij voegt eraan toe dat de studie uitgevoerd is door een onafhankelijk verkeersdeskundige dhr. J. Willems - aangesteld in opdracht van de dienst Omgeving - en de firma Uitrit 4 - aangesteld in opdracht van de dienst Mobiliteit. De studie door firma Uitrit 4 concentreert zich voornamelijk op Hoeselt centrum en het toekomstige sportpark, terwijl dhr. J. Willems de gewestweg en de omgeving van de toekomstige handelszone heeft geanalyseerd. Schepen Bert Vertessen deelt mee dat de studie 2 zeer lijvige boekenbundels omvat waar waarschijnlijk heel wat interessante dingen uit te halen zijn, maar dat het gemeentebestuur er - wegens het heel uitgebreide karakter - voor heeft geopteerd om aan het studiebureau dat werkt aan het Mottepark te vragen hier een samenvatting van te maken. Er is daarbij ook gevraagd om het in bevattelijke plannetjes te gieten en er tevens een bevraging bij te doen. Schepen Bert Vertessen heeft hiervoor een paar keer samengezeten met het studiebureau en er zijn wat dingen in mekaar geschoven dus het lijkt veel op elkaar. Er zijn bepaalde tekeningen uit gehaald o.a. betreffende het sportpark en omgeving en dit werd aangepast met een aantal voorstellen. Hij geeft aan dat men specifieke vragen kan stellen via de rubrieken ‘suggesties’ of ‘vragen’ op het enquêteformulier. Er is - om het duidelijk te maken - getracht om het zo overzichtelijk mogelijk te houden. Wat de niet duidelijke tekening over het afsluiten van de verbinding tussen de Nederstraat en de Industrielaan betreft, verduidelijkt schepen Bert Vertessen dat het niet mogelijk was om verschillende icoontjes op mekaar te plakken, nl. het afsluiten van een straat en het plaatsen van een Hoppin punt. Om deze reden werden deze icoontjes naast mekaar geplaatst op het plan. Verder verduidelijkt schepen Bert Vertessen dat het de bedoeling is om aan de Industrielaan een volledige ‘knip’ te doen waardoor enkel nog voetgangers en fietsers kunnen passeren. Ter hoogte van het nieuwe sportpark zal er geen gemotoriseerd vervoer en zwaar vervoer meer komen tenzij via een toekomstige ‘kiss en ride’ zone. Er is beslist om maximaal in te zetten op een verbindingsweg voor fietsers en voetgangers. En wanneer er een evenement is, kan men via de Industrielaan de parking bereiken. De betrachting is om de fietsers en voetgangers zo veel mogelijk te scheiden van het gemotoriseerd verkeer.

 

Raadslid Mieke Claesen vraagt of het klopt dat men dan via de Industrielaan, Netelstraat of Oude Nederbaan niet langer naar Schalkhoven kan rijden.

 

Schepen Bert Vertessen antwoordt dat dit wel nog mogelijk zal zijn. Hij verduidelijkt dat de 'knip' komt op de hoek van de Oude Nederbaan en de Industrielaan.

 

Raadslid Mieke Claesen vraagt of ze goed begrijpt dat de Industrielaan dan wel nog open blijft.

 

Schepen Bert Vertessen beaamt dit.

 

Raadslid Jasper Goffin vraagt of de ‘knip’ dan zal gebeuren ter hoogte van de huidige wegversmalling.

 

Schepen Bert Vertessen verduidelijkt dat de 'knip' iets voorbij de wegversmalling zal zijn en stelt dat dit zo is omdat een vrachtwagen zo wel nog op de Industrielaan kan geraken wanneer hij een adres zou missen. Op deze manier is daar nog een keerpunt. Schepen Bert Vertessen licht verder toe dat enkele maatregelen al opgestart zullen worden in oktober 2022 omdat het bestuur wil testen hoe dit loopt. Het schepencollege is bevoegd om over deze tijdelijke maatregelen te beslissen en vandaar ook de timing die voorzien is. Hij legt uit dat na het afronden van de enquête kan gestart worden met de testen en dat er dan in het voorjaar 2023 een definitieve opstelling gemaakt zal worden. Hij benadrukt dat het dus sowieso de gemeenteraad zal zijn die de autonomie heeft om definitief te bepalen wat afgeschaft wordt, waar een ‘knip’ komt, e.d. De bevraging is gestart midden augustus en loopt nog tot 19 september 2022. Hij stelt dat dit - ondanks de vakantie - een riante periode is waarbij iedereen de kans krijgt om de enquête in te vullen. Het is daarbij de bedoeling van het gemeentebestuur om vooral te kijken naar wat de studiebureaus, de verkeerscommissie en het schepencollege over het hoofd hebben gezien. Er zijn daarbij verschillende simulaties gedaan in de trant van ‘Ik woon hier en moet naar daar, hoe moet ik dan rijden? Hoe moet ik circuleren?’. En in de enquête zijn intussen al een paar zaken aan het licht gekomen zoals bijvoorbeeld het feit dat dit circulatieplan voor sommige inwoners een bepaalde omrijfactor betekent. Maar dat zijn dan weer afwegingen die gemaakt zullen worden ten aanzien van de verkeersveiligheid.

 

Raadslid Mieke Claesen merkt op dat er schijnbaar wel al beslist is om vanaf oktober 2022 een aantal straten af te sluiten en dat er dus niet gewacht zal worden op de resultaten van de enquête.

 

Schepen Bert Vertessen antwoordt dat van zodra de resultaten van de enquête binnen zijn - midden september 2022 - het schepencollege kan handelen en eind oktober 2022 een aantal maatregelen kan uittesten.

 

Raadslid Mieke Claesen vraagt of de gemeenteraadsleden inzage krijgen in de resultaten van de enquête.

 

Schepen Bert Vertessen antwoordt dat hij deze aan de gemeenteraadsleden zal bezorgen.

 

Raadslid Mieke Claesen vraagt vervolgens of ze - als gemeenteraadslid - de studies voorafgaand aan het verkeerscirculatieplan nu wel of niet ter beschikking krijgt.

 

Schepen Bert Vertessen antwoordt dat ze deze kan opvragen bij de dienst Mobiliteit.

 

Raadslid Mieke Claesen repliceert dat ze deze studies op 12 augustus 2022 reeds opgevraagd heeft, maar dat ze geen antwoord heeft gekregen.

 

Schepen Bert Vertessen antwoordt dat raadslid Mieke Claesen hiervoor op vrijdag 12 augustus 2022 in de namiddag een e-mail heeft gestuurd. De dienst Mobiliteit was toen gesloten en er volgde een verlengd weekend. De eerste werkdag was da